Illegale recreatie (deel 2)
door Nico Fintelman (Smits)

Lady - En dan de redenen waarom men überhaupt met deze bezigheid is gestart: er zijn piraten die vanuit illegaal communiceren tot het maken van programma's zijn gekomen en er zijn er die vanuit interesse voor het medium zijn begonnen en dat zo professioneel mogelijk proberen te doen.

Bij de helft van de radiopiraten worden de echtgenoten (de 'lady' die belangrijk achtergrond werk doet) en de telefoniste als vaste mederwerker genoemd. De niet meer actieven waren éénmans zenders geweest. En in twee gevallen was er één 'baas' die de dienst uitmaakte en de rest was medewerker die dan ook geen kosten had.

Bij één piraat was er sprake van familiebanden die er bij familieruzie ook weer toe leiden dat de groep uit elkaar viel. Bij één station werden de medewerkers geselecteerd op hun kennis van muziek en interesse in radio (dat gaat dan vermoedelijk over mij). Dan zijn er drie stations die gebruik maken van één zendlocatie en studio en zij delen de kosten.

 

 

Telefoniste - Het rapport constateert dat bij veel zenders de telefoniste belangrijk is. Zij heeft de rechtstreekse contacten met de luisteraars, sorteert de verzoekjes en heeft soms 's nachts opbeurende gesprekken met eenzame luisteraars. Maar sommige 'ladys' zijn ook weer tegen de hobby van hun man omdat hun sociale omgeving deze piraterij afkeurt. Enkele stations hadden ook de mogelijkheid voor de luisteraars om telefonisch in de uitzending te komen maar zijn ermee gestopt omdat er nogal eens 'schunnige' taal werd gebruikt.

Dan probeert Lijferink in te gaan op de herkomst van de zenders (apparatuur) maar komt daarmee niet verder. De kosten van de in 1983 onderzochte stations bedragen minimaal 25 gulden per week. Financiering kwam o.a. van bijdragen van luisteraars en het organiseren van feestavonden. Op één na werd er geen reclame uitgezonden uit angst daarmee in de belangstelling van de RCD te komen. In het begin was er nog veel samenwerking en onderlinge symphatie tussen de radiopiraten maar die is in 1983 vrijwel verdwenen. Nieuwelingen trokken zich niets meer aan van de door anderen geëerbiedigde codes, mengden zich in andermans zaken en vochten conflicten, die tot dan toe voor de buitenwereld verborgen gebleven waren, via de ether uit. (Overigens ook twee oud-gedienden die zich opgewerkt hadden tot 'grote' zenders waren hierbij volop betrokken.) (Citaat).

Hierdoor onstonden ruzie's waar ook luisteraars zich mee gingen bemoeien. Dat velen de 'gootste' wilden zijn en ook afgunst was niet bevorderlijk voor de piraterij was de mening. Samenwerking was taboe en gezamenlijk één locaal radiostation opzetten zag men niet zitten. Met name Mexico en Black Molly worden genoemd als degenen die streven naar hegemonie en hierdoor ruzie krijgen.

   

Waarschuwing overheid - En dan volgen allerlei meningen over hoe om te gaan met elkaar en met storingen maar dat is te veel om op te noemen. Maar over mijzelf (Invicta) vind ik dan wel het volgende terug:

In het voorjaar ontstond er een groeiende onrust onder illegale zenders die zich voornamelijk richtte tegen de commerciële zender, die kort daarvoor ook met televisie-uitzendingen was begonnen. Hij zou de gedragscode aan zijn laars gelapt hebben en zijn eigen gang zijn gegaan, uitgezonden hebben op een als gevaarlijk bestempelde frequentie (beneden 100 MHz), storen met zijn TV-uitzendingen en - bovenal - wrevel gewekt hebben met zijn reclameboodschappen.

Hierdoor zou hij de aandacht getrokken hebben van de RCD. Nadat het radio- en het televisiestation door de opsporingsautoriteiten uit de ether was gehaald, waarschuwde een politiefunctionaris enkele zenders in de gemeente (Mexico en Black Molly) met het advies tenminste enige tijd hun uitzendingen te staken. Toen hieraan werd voldaan volgden vrijwel alle radiostations in de gemeente Valburg en bleven enige maanden uit de ether (citaat).

Maar de stations uit Dodewaard bleven uitzenden en namen zelfs de zondagochtend van Mexico in tot hij later weer begon. En dan vermeldt Lijferink dat door het enkele maanden niet in de lucht zijn van veel piraten zijn onderzoek ernstig werd belemmerd.

   

Burgemeester - De meeste piraten weten dat hun hobby strafbaar is maar vinden dat ze niets fout doen omdat de wet niet deugt. En men vindt dat stations waar grove taal wordt uitgeslagen of die storen moeten worden opgepakt. Voor de één gold deze uitspraak met name ten aanzien van de commerciële piraten, anderen betrokken deze op de Nederlandstalige 'prutsers' die elkaar voortdurend naar het leven staan (citaat). Maar alle piraten vinden niet dat de RCD iets fout doet. En de opgepakte piraten noemen als belangrijk motief daarvoor: verraad. En dan de opmerking dat de commerciele zich verbaasde dat hij wegens storing werd opgepakt.

De politie (inclusief het hoofd, de burgemeester) werd heel wat milder beoordeeld. Haar optreden heeft zelfs respect afgedwongen, namelijk toen de plaatselijke zenders werden gewaarschuwd voor mogelijke activiteiten van de RCD. Een geste waarop door vrijwel de gehele 'piratensce' met erkentelijkheid werd gereageerd. Eén der zenders stuurde zelfs een bloemetje naar de burgemeester (citaat). Deze laatste is desgevraagd van mening dat de piraterij het best in de hand te houden is door een goede verstandhouding met de stations en hij wordt in die opvatting gesteund door de officier van Justitie in Arnhem. Over populariteit: deze wordt afgemeten aan het aantal brieven dat binnen komt:

Een aantal zenders (o.a. Mexico en Black Molly, in mindere mate Breston) kan op een trouwe aanhang van schrijvende luisteraars bogen. Wekelijks ontvangen zij enkele tientallen schriftelijke verzoeken. Deze worden in de uitzendingen voorgelezen of samengevat. De meeste zenders krijgen minder schriftelijke respons dan de hiervoor genoemden; zij moeten hun aanhang hoofdzakelijk afmeten aan telefonische reacties. Hun luisteraars schrijven niet, heet het. Maar ook de mogelijkheid tot verzoekjes doorbellen wordt genoemd.

Zie ook deel 1 + 3

 
 
 
 
 
 
Terugkeren naar de MN home